Wat het schilderij vooral wil laten zien is dat wij ten alle tijden kinderen altijd vastspijkeren in de wereld zoals wij volwassen die kennen. En terecht, naast de orde staan doet vaak pijn. Er is maar een manier van leven, binnen de orde, er is geen goed alternatief. Gespijkert aan het leven, je conformeren aan het moderne westerse mens zijn en ontkennen hoe bijzonder weinig je te vertellen hebt in de loop der dingen. Of je dompelt je onder in het leven, ervaart hoe pluriform die is en wordt niet serieus genomen, je grijpt je ongeschoolde cultuur aan om te ontsnappen, als een deken dat uit het raam hangt als redmiddel. Eigenlijk ben je dan gewoonweg dom, niet nuttig, niet efficient, verstandelijk gehandicapt of psychisch niet in orde.
Door het aanleren van formele taal leren wij de kinderen de wereld te zien zoals wij dat doen. Wordt de wereld door kinderen eerst nog beschouwd als magisch en fantasierijk, leren wij ze dat af, ookal genieten wij er intens van om ons kind te zien opgroeien. Wij zijn allemaal doodsbang om het fout te doen, maar wellicht is het juist deze opvoeding die het falen bewerkstelligt. Het leven ontdoet van zijn menswaardigheid. De theorie heeft het overgenomen van de praktijk van het opvoeden. Aristoteles merkte al op dat zodra mensen het terrein van de theorie verlaten en dat van de praktijk betreden, zij meestal zekerder zijn over wat te doen staat dan over de redenen daarvoor. Een wijsheid die ontstaat door een accumulatie van concrete ervaringen en die niet te reduceren valt tot de kennis van algemene principes. Aristoteles noemde dit Phronesis: praktische wijsheid. Is het bezit van phronesis pedagogische sensitiviteit? Ik denk het wel. Als phronesis ontstaat op basis van geaccumuleerde ervaring, maar ervaring zelf cultuur afhankelijk is, is phronesis zelf daarmee ook cultuur afhankelijk? En hoe bepaal je dan of iemand phronesis bezit of niet? Deze gedachte lijn is geïnspireerd op Stephen Toulmin die in zijn boek Return to Reason betoogt dat de hang naar rationaliteit en zekerheid, die sinds de zeventiende eeuw het westerse denken heeft gedomineerd ten koste van verstandigheid, opgevat als een stelsel van menselijke beoordelingen en waarderingen gebaseerd op persoonlijke ervaring, op dramatische wijze de mogelijkheden van de menselijke geest heeft beperkt om te komen tot een menswaardige wereld.
Pedagogische sensitiviteit is niet nieuw, alleen de verwetenschappelijking gaat verder, pedagogische sensitiviteit wordt opnieuw uitgelegd. Meer nog pedagogische sensitiviteit wordt vervat in cijfers, meetbaar gemaakt, beheersbaar geacht, geplaatst in de context van eiwitstrengen, genen en hormonen. Nu moet je pedagogische sensitief zijn en bovendien moet het economisch, professioneel en efficient gedaan worden. Het wachten is nog op de eerste rechtzaak waarbij een kind zijn ouders aanklaagd wegens gebrek aan pedagogische sensitiviteit.